Componisten

vanaf 1915

 

Marcel François Paul Landowski (Pont-l’Abbé, Finistère, Bretagne, 18 februari 1915 – Parijs,  23 december 1999) was  de zoon van de Franse beeldhouwer Paul Landowski en de kleinzoon van de componist Henri Vieuxtemps. Als kind studeerde hij piano bij MargueriteLong. Vanaf 1935 studeerde hij aan het ParisConservatoire, onder meer bij PierreMonteux.

In 1966, werd  benoemd tot muziekdirecteur aan het ministerie van culturele Zaken in Frankrijk. In die hoedanigheid reichtte hij in 1967 het Orchestre deParis op. Hij stimuleerde ook de Franse regionale orkesten. Marcel Landowski stierf in een ziekenhuis in Parijs in 1999, op de leeftijd van 84 jaar.

Marcel Landowski componeerde

·         4 symfonieën,

·         17 concerten,

·         14 andere orkestwerken

·         3 werken voor strijkorkest

·         13 opera’s

·         1 mis

·         39 filmscores

- Gigi, 1949.

·         3 pianowerken

·         15 kamermuziekwerken

·         1 orgelwerk

·         1 werk voor fanfare-orkest

·         10 werken voor zangstemmen (en piano)

·         19 werken voor zangstem(men) en orkest

- Les Leçons de Ténèbres , 1991

·         3 oratoria

·         13 balletten

·         15 toneelmuziekwerken

 

Bart Howard (Howard Joseph Gustafson, Burlington, Iowa, Verenigde Staten, 1 juni 1915 – Carmel, New York, 21 february 2004) begon zijn carrière op 16-jarige leeftijd als begeleider. en vele anderen. Van 1931 tot s 1934 war Bart Howard Pianist van een danskapel die door de USA toerde. Daarna ging hij naar Los Angeles om filmuziekcomponist te worden, maar hij bleef in de praktijk pianobegeleider van alles en iedereen zoals Mabel Mercer, Johnny Mathis en Eartha Kitt.  Bart Howard werd begraven op de Lanes Chapel Cemetery in Clarksville in Texas.

Bart Howard componeerde

·         49 songs,

- "Fly Me To The Moon", 1954, jazzstandard, door alle beroemde jazzzangers uitgevoerd, 500 keer opgenomen. 

- "Let Me Love You",

- "On The First Warm Day",

- "One Love Affair",

- "Be My All",

- "The Man In The Looking Glass",

- "If You Leave Paris"

- "My Love Is A Wanderer",

- "Who Wants To Fall In Love",

- "Don't Dream of Anybody But Me".

·         Soundtracks TV-series

 

Grigory (Grigori) Samuilovich Frid (Fried) (Sint Petersburg,  22 september 1915 – 22 September 2012) was de zoon van een literatuurjournalist en een pianiste. Ze hadden een Joodse achtergrond. Veel van zijn familieleden werden in Rusland onder Stalins schrikbewind gedood. In 1927 werd zijn vader naar Siberië verbannen.  Grigory Frid begon zijn muziekstudie in Irkoetsk en studeerde in 1935 aan het Conservatorium in Moskou bij HeinrichLitinsky en  VissarionShebalin af. Van 1936 tot 1939 gaf  Grigory Frid aan het Conservatorium muziektheorie. In de Tweede Wereldoorlog deed hij dienst in het leger als ziekenzorger en muzikant. Van 1947 tot 1961 gaf hij compositieles aan de muziekschool van het Moskous Conservatorium en werkte hij als componist voor de radioomroep

Grigory Frid was ook kunstschilder. 

Grigory Frid componeerde

·         2 opera’s

- Het dagboek van Anne Fank, monodrama in 21 scenes voor sopraan en kamerorkest, 1968; integere dramatiek; CD Briljant Classics 9296

- De brieven van Van Gogh, mono-opera in twee bedrijven voor bariton en kamerensemble, gebaseerd op de brieven die Vincent Van Gogh schreef aan zijn broer  Theo, 1975.

·         3 symfonieën

·         5 concerto’s

- Concerto voor altviool, piano en strijkorkest, 1981;

·         16 andere orkestwerken

·         28 (series) kamermuziekwerken

- Pianokwintet, 1981,

- Fantasia voor cello en piano, 1982,

- Fedra (Phèdre, 1985), pianokwintet met solo altviool

·         3 werken voor koor en instrumenten

·         8 (series) werken voor zangstem en instrumenten

- Poetry,1973 voor zangstem en kamerensemble op gedichten van FedericoGarcía Lorca,

- vijf liederen op teksten uit “Winter” van LuísdeCamġes, 1985.

·         13 (series) pianowerken

·         8 filmscores

 

Anneke Lameris (Groningen, 19  november 1915 – 2008) was de vierde dochter en het zesde kind van de elf  kinderen van smid Berend Werkman, die in de jaren dertig van de 20e eeuw zijn smederij omzette in een hoefijzerfabriek. Anneke Lameris trouwde in juli 1939 met Wim Lameris. Direct na hun trouwen vertrok het echtpaar naar Nederlands Indië.

Daar overleed Wim Lameris in 1942 als gevolg van verwondingen door een bomscherf. Anneke bleef met een jongetje van nog geen twee jaar achter. Drie en een half jaar bracht ze met haar zoon door in een  Jappenkamp. In 1946 keerde ze terug naar Nederland, en vestigde zich in Den Haag. Haar broer nam haar en haar zoon (de nu 72-jarige Peter Lameris, 2013) op in huis.

Anneke Lameris  werd leerlinge van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en volgde zanglessen bij Jacoba Dhondt, de echtgenote van Sem Dresden, piano bij Gerard Hengeveld, orgel bij Adriaan Engels en compositie bij Benard Renooij.

In 1950 maakte ze kennis met de 20-jarige Leen Bergwerff, organist in de kerk te ’s-Gravenhage-Loosduinen. Ze richtten samen  een kerkkoor op. Voor dat kerkkoor componeerde ze allerlei aansprekende werken. Uiteindelijk trouwde ze ook met Leen Bergwerff.

Anneke Lameris componeerde

·         300 werken, voor koor en orkest of instrumenten

- Psalm 130, 1950, voor sopraan, hobo en piano, hoogtepunt uit haar oeuvre

- Psalm 72, een kantate voor trompet, sopraan, kinderkoor, gemengd koor, gemeentezang en orgel.

- Jesaja 40, cantate met onder meer de mooi gezongen levendige  tekst: "Zie, zie , zie, de HERE HERE zal komen".

- Psalm 8,

- Psalm 98

- Een vaste burcht is onze God

 

Knut Nystedt (Kristiana, nu Oslo, Noorwegen, 3 september 1915 - 8 december 2014) groeide op een een Christelijk gezin waar gezangen en klassieke muziek aan de orde van de dag waren. Hij studeerde in de 30er jaren orgel bij Arild Sandvold , compositie bij Bjarne Brustad  en orkest-directie bij Ĝlvin Fjelstad . Na de Tweede Wereldoorlog studeerde hij verder compositie bij Aaron Copland  en orgel bij Ernest White . Van 1946 tot 1982 was hij organist aan de Thorshov kerk te Oslo en van 1964 tot 1985 doceerde hij koordirectie aan de Universiteit van Oslo. Van 1950 tot 1990 was hij ook dirigent  van het vocaal-ensemble Det norske solistkor en van 1964 tot 1985 van de Schola Cantorum van de Universiteit van Oslo.

In 1966 werd Knut Nystedt  voor zijn bijdragen aan de Noorse muziek tot Ridder in de Orde van Sint-Olaf benoemd. Aan de De Mendoza University in Argentinië kreeg hij in 1991 een ereprofessoraat. Knut Nystedt werd 99 jaar oud.

Knut Nystedt componeerde

·         19 orkestwerken

·         7 werken voor harmonie- of fanfare-orkest

·         68 (series) koorwerken

- Immortal Bach,  voor gemengd koor, een variatie op het beginvan Bach's koraal "Komm süßer Tod" (BWV 478), 1998

·         11 missen, cantates, oratoria en andere religieuze werken

·         3 kamermuziekwerken

·         19 (series) orgelwerken

 

Georgi Vasiljevitsj Sviridov  (Fatezj bij Koersk, Rusland, 16 december 1915 – Moskou, 5 januari 1998) verloor zijn vader,  Vasily Sviridov,  tijdens de Russische Burgeroorlog in 1919, toen hij 4 jaar was. Het gezin verhuisde naar Koersk, waar  Georgi Sviridov  op de basisschool  op zijn gehoor goed balalaika leerde spelen. In 1927 mocht hij naar de muziekschool in  Koersk, waar hij pianoles kreeg  van M. Krutinskij. Vanaf 1932 studeerde Georgi Sviridov  aan het Centraal Muziekcollege in Leningrad bij Isaya Braudo en Maria Judina  piano studeerde en 1936 piano en compositie aan het Rimski-Korsakov Conservatorium bij Pjotr Borsovich Rjazanov en Dmitri Sjostakovitsj zijn leraar. Nadat hij afgestudeerd was, moest hij in 1941 in   militaire dienst. Hij werd uitgezonden naar de autonome republiek Basjkirostan, waar hij tot 1946 bleef.

Vanaf 1956 woonde hij in Moskou. Daar was hij als freelance componist tot hij in 1998 aan een hartaanval overleed.  Georgi Sviridov was zo populair dat er een asteroïde naar hyem is vernoemd.

Georgi Sviridov componeerde

·         1 operette

·         2 theatermuziekwerken

·         8 orkestwerken

·         2 werken voor harmonie-orkest

·         3 oratoria

·         10 cantates

·         12 (series) koorwerken

- Kolyada (Kerstliedje), komisch , iniatuurtje over mensen die tijdens de kerstnacht dansen en zingen rond vuren ind e bossen.

·         2 kamermuziekwerken

·         17 (series) liederen

·         5 (series) pianowerken

·         1 filmscore

 

Alojz Geržinič (Ljublana, 1915 – Buenos Aires, 26 maart, 2008) leefde en werkte in BuenosAires, Argentinië.

Alojz Geržinič componeerde

·         5 koorwerken

·         5 werken voor stem(men) en piano

·         1 werk voor piano solo

 

Frantz Casseus (Port-au-Prince 1915 – 1993) was het grootste deel van zijn leven in de Verenigde Staten. Zijn muziek is gebaseerd op Haitiaanse vormen van volksmuziek. Frantz Casseus was de gitaarleraar van gitarist Marc Ribot, die een deel van Casseus’ gitaarcomposities heeft uitgegeven en opgenomen. In zijnconcerten werkte hij veel samen met de Portoricaanse / Haitiaanse zangeres Lolita Cuevas.

Frantz Casseus componeerde uitsluitend werken voor sologitaar.

 

Henri Dutilleux (Angers, departement Maine-et-Loire, 22 januari 1916 - Parijs, 22 mei 2013) vertrok op zesjarige leeftijd met zijn familie naar Douai. Henri Dutilleux kwam uit een artistieke familie. Zijn grootvader van vaders kant Constant Dutilleux was kunstschilder en zijn grootvader van moederskant, Julien Koszul, componist en musicus. Tijdens zijn  schooltijd begon hij al met studies voor piano, harmonieleer en contrapunt bij Victor Gallois aan het conservatorium te Douai. Van 1933 tot 1938 ging hij naar het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs en vervolgde daar zijn studies bij Jean Gallon en Noël Gallon in de vakken harmonieleer en contrapunt, bij Henri Paul Busser compositie en bij Maurice Emmanuel muziekgeschiedenis.

In 1938 won hij dePrix de Rome met zijn cantate L'anneau du roi.  Terug in Parijs werd hij koordirigent van de Opéra en werd in 1944 leider van de muziekproductie van de Franse omroep ORTF, een functie die hij tot 1963 vervulde. Van 1961 tot 1970 doceerde hij compositie aan de École Normale de musique de Paris.

Henri Dutilleux was getrouwd met de pianiste Genevièven Joy (1919 – 2009), waarvoor hij zijn pianosonate opus 1 schreef. Hij werd tot zijn overlijden op 97-jarige leeftijd in Parijs in 2013 gezien als de grootste nog levende componist.

Henri Dutilleux componeerde

·         1 ballet

·         2 symphonieën

- Symfonie nr. 1, 1951, voor 85 inatrumenten; opent met een Passacaglia, 35 variaties over een viermatig basmotief. Geniaal werk.

- Symfonie nr. 2,  Le double, 1959

·         3 concerten voor cello en viool,

- Tout un monde lointain (een volledig verre wereld), celloconcerto, 1970, gecomponeerd voor Mstislav Rostopovich;

- L'Arbre des Songes, concert voor viool en orkest, 1985, gecomponeerd voor Isaac Stern;

- Sur le même accord (Over sclechts één accord) voor viool en orkest, 2002, geschreven voor violiste Anne-Sophie Mutter; het hele werk, in zes afwisselende secties is gebaseerd op het zesstemmige accoord, waar het werk mee opent.

·         5 andere orkestwerken

- Métaboles, 1964, een soort concert voor orkest in vijf adembenemende episoden

- Timbres, espace, mouvement, 1978, ondertiteld La Nuit etoilée (de sterrennacht) naar het schilderij van Vincent Van Gogh. Henri Dutilleux wilde  het schilderij in muziek vertalen. Het  werk is opgedragen aan Charles Münch. Schitterende klankleuren en een imposante hoeveelheid slagwerk.

- Mystère de l'instant , 1989, suite van tien “momentopnames” over het mysterie van de tijd;

- The Shadows of Time, voor drie kinderstemmen en orkest, 1997; één van de delen van het vijfdelige werk is opgedragen aan Anne Frank en alle onschuldige kinderen, geschreven op verzoek van het Boston Symfonie-orkest ter herdenking  van de Tweede Wereldoorlog

·         1 werk voor harmonieorkest

·         8 kamermuziekwerken

·         9 werken of series werken voor piano

- Sonate pour piano,  1948, opgedragen aan pianiste en echtgenote GenevièveJoy.

- Quatre figures de résonances, 1976, voor twee piano’s, een en al kleur en betovering.

·         11 werken voor zangstem(men) en piano, orgel of orkest

- Deux sonnets de Jean Cassou, voor bariton en piano (1954)

- Correspondances, vijf liederen voor sopraan en orkest, 2003, geschreven voor sopraan Dawn Upshaw.

- Le temps l'horloge voor sopraan en orkest, 2007, drie liederen op twee gedichten van Jean Tardieu ("Le temps l'horloge" en "Le masque"), en een van RobertDesnos ("Le dernier poème"') en op het prozagedcht van CharlesBaudelaire "Enivrez-vous". Het werk is geschreven voor de Amerikaanse sopraan RenéeFleming,  die deze zangstukken dan ook glorieus uitvoert.

·         1 werk voor cello solo

·         5 filmscores.

 

László Weiner (Szombathely, Oostenrijk-Hongarije, 9 april 1916 – Lukov, Slowakije, 25 juli 1944) begon al jong thuis muziek te studeren. Later studeerde hij piano en compositie aan de Muziekacademie in Boedapest, van 1934 tot 1940 bij

László Weiner trouwde in 1942 met zangeres Vera Rózsa.

In februari 1943 werd László Weiner als Jood door de Nazi’s gedeporteerd naar het Lukov dwangarbeidskamp in Slowakije, waar hij later werd vermoord. Zoltán Kodaly heeft zijn uitertste best gedaan László Weiner en zijn collega Jenő Deutsch te redden, maar tevergeefs.  

László Weiner componeerde

·         2 orkestwerken

·         4 kamermuziekwerken

·         3 liederen

 

Alberto Evaristo Ginastera (Buenos Aires, 11 april 1916 – Genève, Zwitserland, 25 juni 1983), zoon van Catalaanse en Italiaanse emigranten ging  op 12-jarige leeftijd ging hij naar het Conservatorio de Música y Arte Escénico "Alberto Williams in Buenos Aires en daarna naar het Conservatorio Nacional Superior de Música "Carlos López Buchardo ook te Buenos Aires, waar hij  1938 zijn diploma behaalde met onderscheiding. In deze periode was hij al een opkomende ster.

In zijn eerste werken verwerkt hij de Argentijnse folklore (Panambí, Danzas Argentinas en Estancia). Maar zijn voorkeur voor folklore transformeert zich zelf in de loop der jaren. In de Variaciones Concertantes heeft hij de folk-traditie geabsorbeerd zonder deze in de muziek te quoteren. Moderne technieken worden verweven met nationale invloed. In de late werken vanaf 1958 hoor je het neo-expressionisme naar voren komen (Bomarzo, Popul Vuh para orquesta, 2e celloconcert). 

Alberto Ginastera omponeerde

·         3 opera’s

·         2 balletten

·         19 werken voor orkest

- Danzas de "Estancia" opus 8a, 1943

1.The Land Workers

2.Wheat Dance

3.The Cattle Men

4. Final Dance (Malambo)

- Variaciones concertantes, opus 23, 1953

- Concerto para Cuerdas (concert voor strijkorkest), opus 33, 1965, sterke ritmiek, briljant, de pampa’s zijn erin te horen;

·         2 werken voor harmonieorkest

·         10 vocale werken met orkest of instrumentale begeleiding

·         Hieremiae Prophetae Lamentationes voor gemengd koor, opus 14, 1946

een meesterwerk voor koor, dat bestaat uit drie delen: O vos omnes, Ego vir videns en Recordare, Domine

·         9 kamermuziekwerken

- Strijkkwartet nr. 1, opus 20, 1948, energiek en meeslepend, betekende een doorbraak voor de componist.

·        12 (series) werken voor piano

- Danzas Argentinas, opus 2, yclus van drie dansen, 1937

- Drie stukken, opus 6, 1940

- Suite de danzas criollas, opus15, 1946, gereviseerd in 1956

- Piano Sonata nr.1, opus 22, 1952

·         2 (series) werken voor orgel

·         1 werk voor gitaar

- Sonata voor gitaar, opus 47, geschreven voor de gitarist Carlos Barbosa-Lima, 1976, gereviseerd in 1981.

 

David (Dave) Mann (David Freedman, Philadelphia, Pennsylvavanië, Verenigde Staten, 3 oktober , 1916,  — New York, 1 maart 2002) speelde al op het gehoor piano toen hij vier jaar oud was en speelde rond Philadelphia overal piano vanaf zijn dertiende. David Freedman bezocht het Curtis Institute of Music, waar hij vrienden werd met Leonard Bernstein.

In 1939 verhuisde David Mann naar New York, waar hij bij Decca Records sissei-muzikant werd. Hij speelde in Charley Spivak's orchestra tot 1941, werkte met de JimmyDorsey band, en het ArtieShaw'sorchestra. Ondertussen componeerde hij in zijn kantoor in het Brill Building, een centrum van muiziekindustrie op Broadway.

Tijdens de Tweede wereldoorlog diende David Mann in het Amerikaanse leger. Na zijn ontslag uit het leger in 1945 werd hij 8 maanden lang de persoonlijke pianist van President Truman.

Een huwelijk van 21 jaar met Babette Freeman liep uit op een echtscheiding. 

David Mann componeerde

·         66 songs

- "There! I've Said It Again", 1945,

- 'Somebody Bad Stole de Wedding Bell'', 1954

- "In the Wee Small Hours of the Morning", 1955, beroemd geworden door de opname van Frank Sinatra, 500 keer gecoverd door andere artiesten;

·         filmscores

- Seal Island 1949

- Water Birds (Disney, 1952)

- The Living Desert, (Disney, 1953)